Ik weet niet hoe het bij jullie gaat, maar als er bezoek komt, ga je nog snel even stofzuigen, en opruimen. Zorgen dat het er schoon uit ziet. Althans, de hal, de kamer en het toilet. Dat het op de slaapkamer of zolder niet opgeruimd is maakt niet uit, want daar komt het bezoek toch niet. Iemand die bij je woont, je man/vrouw/ouders/kinderen, die komen wel overal, en daarvoor ruim je niet altijd alles helemaal op.

We gaan een paar gedeeltes lezen:

Leviticus 23: 33. De HEERE sprak tot Mozes: 34. Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen lang Loofhuttenfeest voor de HEERE. 35. Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen. 36. Zeven dagen lang moet u de HEERE vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen. 37. Dit zijn de feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen als heilige samenkomsten om een vuuroffer voor de HEERE aan te bieden: brandoffer en graanoffer, slachtoffer en plengoffers, al naargelang het voorschrift voor die bepaalde dag, 38. naast de offers op de sabbatten van de HEERE, naast uw geschenken, naast al uw gelofte offers en naast al uw vrijwillige gaven, die u aan de HEERE geeft. 39. Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen lang vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag. 40. Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen lang voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verblijden. 41. Dat feest voor de HEERE moet u per jaar zeven dagen lang vieren. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door. In de zevende maand moet u het vieren. 42. Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, 43. zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God. 44. Zo maakte Mozes de feestdagen van de HEERE aan de Israëlieten bekend.

Johannes 1:14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.

Openbaring 21:

  1. En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.
  2. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
  3. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

Twee weken geleden werd in Israël, maar ook in de rest van de wereld, het loofhutten feest gevierd. Wat is het loofhutten feest? Het loofhutten feest wordt gevierd aan het einde van de fruit oogst. Men haalt takken van bomen, en daar maken ze hutten van. Ik weet niet wie van jullie wel eens hutten heeft gemaakt van takken, maar die blijven niet lang staan. Dit is een symbool van de vergankelijkheid van ons leven. Men eet en slaapt een hele week in dit soort hutjes. De rest van de week zijn de feestvierders in volle vreugde. Waarom? Niet omdat de oogst zo goed was, maar omdat God zo goed is. Ze zijn dankbaar voor alles wat God hun gegeven heeft. Nu vraag je je misschien af: waarom die andere teksten? Wat hebben die te maken met het loofhutten feest? Het woord dat deze 3 tekstgedeelten met elkaar verbind is het werkwoord wonen. Zoals de joden een week lang in zelf gemaakte hutjes moesten wonen, zo wil God bij ons wonen. Als God bij ons komt wonen, dan gaat hij alle kamers door. De mooie door ons gepoetste kamers waar we trots op zijn, maar ook de kamers die we het liefst op slot willen doen, en waar we liever geen licht bij hebben. Daar staan allemaal dingen waar we niet trots op zijn. God komt niet pas bij je wonen als die kamers allemaal mooi opgeruimd zijn. Nee hij komt bij je wonen als het nog allemaal opgeruimd moet worden. En dan wil hij samen met je alle kamers opruimen. Samen genieten van alle mooie dingen in je leven, maar ook samen de kamers opruimen waarin de dingen staan die niet mooi zijn.

Ik heb een vraag voor je om over na te denken de komende week: Mag God af en toe als je in de problemen zit even op bezoek komen, of mag God bij je komen wonen?